Na de zeereizen van kapitein Cook werd ook het tatoeëren onder zeelieden populair.
Het werd een bewijs van avonturen in verre landen en van wat ze allemaal hadden meegemaakt.
Ook hadden de zeelieden aparte symbolen om belangrijke gebeurtenissen bij te staan.
Zo kreeg je een zwaluw op je borst als je 5.000 mijl had afgelegd. Na 10.000 kreeg je er een tweede bij op de andere borst.
Als je de evenaar had gepasseerd kreeg je een op je been, en voor de veiligheid kreeg je ook een varken op de ene voet en een haan op de andere, een soort talisman tegen verdrinking.
Een was het bewijs dat je de datumgrens had overschreden,
en als je in Hawaï was geweest (of dit wilde laten geloven) had je een hoelameisje op je arm dat kon dansen.
Tot 1881 werden de tattoo's met de hand opgebracht.
Samuel F. O'Reilly uit New York ontwikkelde in dat jaar de eerste elektrische tatoeëermachine waarmee een groot aantal steken per minuut kon worden gemaakt.